Goede reisfoto's maken

Goede reisfoto's maken Vrijwel iedereen die op reis gaat, neemt een fototoestel mee. Maar hoe maak je foto's die later niet alleen herinneringen oproepen, maar ook echt leuk zijn om terug te zien? Anders gezegd: hoe maak je echt goede reisfoto's?

Voorbereiding – Een gedegen voorbereiding is essentieel. Als je een nieuwe camera hebt gekocht, is het raadzaam om hem uitgebreid te testen voor je op reis gaat. Trek er een dagje op uit om alle functies te leren kennen, zodat je onderweg niet voor verrassingen komt te staan. Zo kom je er ook snel achter hoe je camera presteert onder verschillende omstandigheden. Afhankelijk van hoe professioneel je wilt fotograferen, kun je ervoor kiezen om een statief, externe flitser of andere hulpattributen mee te nemen. Bedenk je wel dat je al dat extra gewicht steeds met je mee moet slepen. Natuurlijk zorg je in ieder geval voor voldoende accu's en geheugenkaartjes, zodat je geen fraaie plaatjes misloopt.

Bestemming – Besteed van tevoren ook aandacht aan het land of de regio waar je naar toe gaat. Verzamel zo veel mogelijk informatie over de cultuur en bezienswaardigheden en maak een lijstje met onderwerpen die je zeker wilt fotograferen. Je kunt er zelfs voor kiezen om te focussen op een bepaald aspect van het land, zoals mensen (portretten) of architectuur. Dat geeft je enige houvast als je, overweldigd door indrukken, op je bestemming aankomt. Zomaar in het wilde weg gaan fotograferen levert vaak niet de beste resultaten op en het kan je zelfs onrustig maken. Bedenk dat je echt niet alles hoeft te fotograferen, je gaat immers voor je plezier op reis.

Compositie – Voor de meeste foto's geldt dat een rechte horizon erg belangrijk is voor een goed resultaat. Als die kerktoren scheef staat, kun je dat meestal wel corrigeren in bijvoorbeeld Photoshop, maar dan verlies je wel resolutie. Probeer er dus al tijdens het fotograferen op te letten dat je de camera recht houdt. Veel mensen proberen het onderwerp in het midden van de foto te plaatsen. Daar is niets mis mee, maar soms levert het een veel spannender plaatje op als die vissersboot links of rechts in het beeld opduikt. Je benadrukt daarmee de omgeving van je onderwerp.

Licht – Licht bepaalt voor een belangrijk deel hoe je foto er uit zal zien. Midden op de dag is dat licht door de hoge stand van de zon vaak erg hard en daar worden je foto's niet mooier van. Probeer daarom zo vroeg mogelijk op te staan. Het eerste uur na zonsopgang is het licht buiten erg zacht, waardoor je foto's een romige, evenwichtige belichting krijgen. Ook het laatste uur voor zonsopgang is daar erg geschikt voor. Maar op welk tijdstip je ook fotografeert, vermijd altijd dat je tegen de zon in fotografeert. Dat tegenlicht zorgt voor uitgewassen kleuren en slecht contrast.

Mensen – Een gouden regel is dat mensen je foto interessanter maken. Ook als je een berg fotografeert of een wolkenkrabber vastlegt. Het geeft meer levendigheid en sfeer in de foto en bovendien krijg je een beter idee van de omvang van die berg of wolkenkrabber als er een mens op de plaat staat. Zeker in exotische culturen wil je daarnaast natuurlijk graag de ziel van een land vast leggen en daarvoor zijn mensen in je foto gewoon onontbeerlijk. Vraag vooraf wel toestemming als je mensen wilt fotograferen, want niet iedereen is daarvan gediend.

Een portret maken – Als je een portret wilt maken, is het bovendien veel eenvoudiger als je onderwerp welwillend is. Dan kun je de tijd nemen om naar het ideale licht te zoeken en met de instellingen van je camera te spelen. De eerste paar foto's mislukken waarschijnlijk omdat mensen de neiging hebben om te 'acteren' voor de camera. Na een paar minuten is dat meestal wel voorbij en zijn ze weer zichzelf. Probeer niet alleen het gezicht van iemand te fotograferen, maar ook (een deel) van hun lichaam, zodat de foto hun houding reflecteert. Dat maakt de foto veel persoonlijker en dus beter.

Diepte – Een interessante foto heeft een voor- en achtergrond. Idealiter is die voorgrond wat donkerder, zodat je aandacht naar de (lichtere) achtergrond wordt getrokken. Zo geef je diepte mee aan je foto en voorkom je 'platte' plaatjes. Als je het diafragma op je camera handmatig in kunt stellen, speel daar dan mee. Een hoog diafragma (een lage f-waarde, op veel consumentencamera's is 3.5 het maximum) zorgt voor een beperkte scherpte-diepte. Zo komt je (scherpe) onderwerp los van de (onscherpe) voor- of achtergrond. Ook dat geeft diepte aan een foto. Je kunt dit effect ook zonder handmatige diafragma-instelling bereiken door zover mogelijk in te zoomen. Dat is zeker ook interessant voor portretten. Als alleen de ogen, neus en mond scherp zijn, springt je onderwerp echt uit de foto.

Verander de hoek – Durf te experimenteren met de camerahoek. Leg je camera bijvoorbeeld eens op de grond en maak vanuit die positie een foto. Dat is vooral leuk als de ondergrond interessant is. Kiezelstenen bijvoorbeeld of een gladde zandvlakte in de woestijn. Natuurlijk heb je nog steeds een onderwerp nodig, want alleen de grond maakt nog geen goede foto. Maar als je je bijvoorbeeld tussen de kudde dieren van een schaapsherder bevindt, kan een foto vanaf de grond een uniek perspectief opleveren. Maak zeker ook gebruik van reflecterende oppervlakken. Een foto van een kerk kan leuk zijn, maar wordt veel boeiender als je de spiegeling van de kerk in bijvoorbeeld een plas regenwater fotografeert. Zoek daarom actief naar reflectie. Ook glimmende auto's zijn zeer geschikt.

Heb geduld – Geduld is een schone zaak als je fotografeert. Een fraai landschap vastleggen is mooi, maar de foto wordt interessanter als er ook iets in dat landschap gebeurt. Wacht dus tot er iemand voorbij komt of er een vliegtuig fraaie strepen in de lucht trekt. Er kan echter ook tevéél beweging in de foto zitten. Let er daarom op dat het onderwerp in het eindresultaat ook echt alle aandacht opeist. Wil je bijvoorbeeld een oud vrouwtje vastleggen, zorg er dan voor dat er op de achtergrond geen sportwagen voorbij sjeest die direct in het oog springt. Tenzij je dat contrast juist wilt opzoeken natuurlijk.

Bewegende objecten fotograferen – Wanneer je "actiemomenten" vast wilt leggen, is het vaak lastig om je onderwerp scherp te houden. Dat bereik je het best door met je onderwerp mee te bewegen. Draai je camera in de richting waar die speedboot heen gaat en druk af. Als je dat goed doet, is de speedboot scherp en de omgeving (die immers stil staat terwijl jij beweegt) niet. Dat geeft een geweldige dynamiek aan je foto. Het vereist wel flink wat oefening, waarmee je idealiter al enige tijd voor je op reis gaat begint.

De sluitertijd instellen – Als je de sluitertijd op je camera handmatig in kunt stellen, moet je dat zeker niet laten. Een iets over- of onderbelichte foto kan een heel mooi effect geven. Ook als er water voorkomt in je foto, is sluitertijd een handige manier om fraaie effecten te bereiken. Een waterval bijvoorbeeld wordt één lange, ononderbroken stroom water als je een lange sluitertijd instelt. Datzelfde geldt voor een flinke regenbui.

's Avonds zul je wel een lange sluitertijd in moeten stellen als je iets op je foto wilt zien. Ook kun je de ISO-waarde van je camera omhoog bijstellen, waardoor de sensor lichtgevoeliger wordt. Let op: dat levert wel meer ruis in de foto op, zeker als je met een compactcamera fotografeert. Spiegelreflexcamera's hebben vaak minder ruis bij hogere ISO-waardes. Desalniettemin is een statief eigenlijk onmisbaar als je 's avonds wilt fotograferen.

Flitsen – Hoewel, er is natuurlijk een alternatief: flitsen. Dat kan mooie effecten opleveren als je een portret schiet of een close-up van iets maakt, maar het licht van de flits is vaak wel vrij hard. Probeer flitsen daarom te voorkomen als het kan. Bedenk je verder dat het geen enkele zin heeft om de flits te gebruiken als je bijvoorbeeld een brug wilt fotograferen. Je flits heeft een bereik van slechts een paar meter, waardoor die brug op de foto nauwelijks zichtbaar zal zijn.

Filters gebruiken – Als je een spiegelreflexcamera hebt, zijn er allerlei soorten filters verkrijgbaar die je op je lens kunt schroeven. Met deze filters kun je mooie effecten bereiken. Veel fotografen gebruiken standaard een UV-filter. Daarmee filter je eventuele UV-straling uit je foto, maar hij is vooral bedoeld om je lens te beschermen tegen krassen of andere beschadigingen. Een erg bekend en populair filter is het 'Circulaire polarisatiefilter'. Daarmee kun je de spiegelingen uit bijvoorbeeld een wateroppervlak weghalen en bij zonneschijn de kleuren in je foto veel dieper maken. Dat laatste kan natuurlijk ook met nabewerking, maar een polarisatiefilter levert vaak mooiere resultaten op.

Lees verder: Filmen tijdens de reis


Reisloket

Actueel